Klik hier om de nieuwste flashplayer te downloaden.

Evenementen

Zoek of plaats je evenement

Sport-bedrijven

bedrijven die producten en diensten bieden voor de sport

Registreren

Meld je aan op DigiSport.nl

Instructie videos

Wil je weten hoe de site werkt klik hier!

Sportzoekmachine
doorzoek tal van sportsites

sportarchief \ spelregels


Karate

De geschiedenis van het K A R A T E is veel omvattend en heel veel invloeden en omstandigheden hebben op de ontwikkeling van het karate in het algemeen, grote invloed gehad. Sinds de tijd dat de mens op aarde leeft, is er ook het gevecht. Het gevecht is dus zo oud als de mensheid zelf. Om te kunnen overleven, leverden mensen gevechten met dieren en met elkaar, al of niet met wapens. Nog steeds wordt er op grote en kleine schaal gevochten om macht, geloof, bezit en andere zaken. Omdat er mensen en groepen van mensen waren die misbruik maakten van b.v. macht, of in het andere geval ongewild geconfronteerd werden met onrecht en geweld, ontstonden er vechtsystemen en strategieën. Ook kende men al ''spelvormen'' in de vorm van primitieve wedijver met elkaar tijdens dorpsfeesten of andere manifestaties.

Zo kon men, al was het niet echt, toch strategieën oefenen. Ook sommige rituelen vonden hier hun oorsprong. Tijdens deze gelegenheden vonden ook ontmoetingen plaats tussen verschillende dorpen of stammen, die het tot een terugkerend feest maakten en zo werden het al gauw tradities.

In vroegere tijden was de Japanse krijger of Bushi een uitzonderlijke verschijning te voet of te paard. In de middeleeuwen behoorden de krijgers in Japan tot de hoogste kaste en werden ze aangeduid met "Samoerai" (Edelen). Ten teken van deze waardigheid was het toegestaan om twee zwaarden te dragen, de "Katana en de Wakizashi". De kunst om met dit soort wapens om te gaan werd "Bugei" genoemd en is herkenbaar aan de uitgang "Jitsu".

Zo kent men b.v. "Kenjitsu" - zwaardvechten, "Bojitsu" - stokvechten, "Kyujitsu" - boogschieten, "Bajitsu" -Paardrijden. Er waren tientallen Jitsuvormen en vele systemen van stokvechten! Enkele meer van naam bekende vormen: "Naginatajitsu" - hellebaard, "Bishentojitsu" - een soort bijl op een lans/zwaardere hellebard, "Jarijitsu" - speer, "Shurikenjitsu" - Mes/sterwerpen, "Hojojitsu" - kunst v.h. vastbinden en "Chikujujitsu" - het bouwen van een fort. De geschiedenis van het K A R A T E is veel omvattend en heel veel invloeden en omstandigheden hebben op de ontwikkeling van het karate in het algemeen, grote invloed gehad. Sinds de tijd dat de mens op aarde leeft, is er ook het gevecht. Het gevecht is dus zo oud als de mensheid zelf. Om te kunnen overleven, leverden mensen gevechten met dieren en met elkaar, al of niet met wapens. Nog steeds wordt er op grote en kleine schaal gevochten om macht, geloof, bezit en andere zaken. Omdat er mensen en groepen van mensen waren die misbruik maakten van b.v. macht, of in het andere geval ongewild geconfronteerd werden met onrecht en geweld, ontstonden er vechtsystemen en strategieën. Ook kende men al ''spelvormen'' in de vorm van primitieve wedijver met elkaar tijdens dorpsfeesten of andere manifestaties.

Zo kon men, al was het niet echt, toch strategieën oefenen. Ook sommige rituelen vonden hier hun oorsprong. Tijdens deze gelegenheden vonden ook ontmoetingen plaats tussen verschillende dorpen of stammen, die het tot een terugkerend feest maakten en zo werden het al gauw tradities.

In vroegere tijden was de Japanse krijger of Bushi een uitzonderlijke verschijning te voet of te paard. In de middeleeuwen behoorden de krijgers in Japan tot de hoogste kaste en werden ze aangeduid met "Samoerai" (Edelen). Ten teken van deze waardigheid was het toegestaan om twee zwaarden te dragen, de "Katana en de Wakizashi". De kunst om met dit soort wapens om te gaan werd "Bugei" genoemd en is herkenbaar aan de uitgang "Jitsu".

Zo kent men b.v. "Kenjitsu" - zwaardvechten, "Bojitsu" - stokvechten, "Kyujitsu" - boogschieten, "Bajitsu" -Paardrijden. Er waren tientallen Jitsuvormen en vele systemen van stokvechten! Enkele meer van naam bekende vormen: "Naginatajitsu" - hellebaard, "Bishentojitsu" - een soort bijl op een lans/zwaardere hellebard, "Jarijitsu" - speer, "Shurikenjitsu" - Mes/sterwerpen, "Hojojitsu" - kunst v.h. vastbinden en "Chikujujitsu" - het bouwen van een fort. De geschiedenis vertelt over Bodhidharma, die te voet vanuit INDIA omstreeks in het jaar 500 in CHINA aankwam. Deze monnik werd ook TA-MO genoemd.

De naam DARUMA was niet zijn echte naam, maar een eretitel, wat alleen "priester" betekent. De zijderoute''s werden naast de handelaren ook gebruikt door monniken. Eén van deze monniken bleek Bodhidharma te zijn. Hij reisde te voet vanuit India in de richting van Tibet, maar deze reis mislukte. Per boot vanuit Madras probeerde hij het later opnieuw en zo arriveerde hij via de Straat van Formosa in Kuanghai.

Dit behoorde tot het rechtsgebied van de Keizer Liang Wu Ti (tegenwoordig provincie Kuangtung Kanton) in die tijd een groot leider van het Boeddhisme. Hoewel het Boeddhisme van Liang Wu Ti geheel werd behouden en geformaliseerd, werd Bodhidharma niet begrepen en daarom niet aanvaard. Hij beoefende naast o.a. de meditatie en het intuïtieve inzicht, lichamelijke training hetgeen niet werd geaccepteerd.

Velen konden de leer van hem niet opbrengen en uiteindelijk werd hij uit de residentie van Liang verjaagd. Bodhidharma zette zijn voetreis voort en nadat hij de rivier de Yangtse-Kiang was overgestoken, arriveerde hij in het Koninkrijk van WEI. Uiteindelijk stichtte hij het klooster genaamd: "SHORINJI" op de berg ,Hao-shan'', te Sung-Shan in het grensgebied van LOYANG, welke nu de provincie HONAN wordt genoemd. Op deze berg verbleef en mediteerde hij vele jaren. Geschiedschrijvers, bevangen door deze fantastische historie, begonnen zelfstandig te interpreteren. Zij romantiseerden hun werken door o.a. te schrijven dat Bodhidharma daar het volgende zou hebben gesproken.vDe Te-Meesters slaagden er in om 5 basiswapens aan hun systemen aan te passen.

ROKUSHAKU BO
Een staf van bijna 6 voet lang (1.83m). Roku is Japans voor zes. Shaku (voet) is een lengtemaat van ca. 30 cm.
Bo betekent staf.

NUNCHAKU
Een stoklengte van 2 x 40 cm verbonden door een stukje koord. Afmetingen 2x85cm en 3x85cm zijn minder bekend. De oorspronkelijkebewegingen waren veel eenvoudiger dan nu wordt voorgesteld.

DE SAI
Een metalen (Drietand) wapen met als meest voorkomende lengte tussen de 35 en 60 cm. Oorspronkelijk was dit een werktuig om rijst te planten. Ook zijn er meningen dat het wapen uit Indonesië komt. De gebruiker hanteerde er drie; in elke hand één en één in de gordel als reserve-sai waarmee eventueel kon worden gegooid.

DE TONFA
Een stuk hardhout van ca. 50 cm met haaks daarop een handvat (T''ui-fa). dat alleen tweehandig effectief is. Oorsprong: Het handvat werd in het gat van een molensteen vastgezet en was derhalve oorspronkelijk een stuk gereedschap.

DE KAMA
Dit is een sikkel die bij het rijstoogsten werd gebruikt. Ook het tweehandig gebruik hiervan is effectief. Het vaste land van CHINA heeft in de ontwikkeling van het karate een heel belangrijke rol gespeeld.
De Chou dynastie (1122-255 v.Chr.) bracht, om maar een voorbeeld te noemen het Chinees Boksen voort.
(Onder het vaste land van China wordt in dit verband mede verstaan: Korea, Vietnam, Birma, Thailand, Mongolië enz.).

Uit die periode is ook bekend dat tijdens bepaalde manifestaties het Kyudo (boogschieten) ,
schermen en worstelen werd beoefend. Het worstelen werd vooral door boeren beoefend en was erg ruw.
Er werden primitieve technieken gebruikt en de deelnemers deden horens op hun hoofd
en gaven elkaar daarmee dan kopstoten.

Het contact van China met de ,westerse'' wereld kwam pas een beetje op gang sinds
ca. 100 jaar na het begin van onze jaartelling.
Tussen INDIA en MESOPOTAMIE waren er al handelscontacten vanaf ongeveer 3000 jaar vóór onze jaartelling.
De Japanse geschiedenis (Honshu) kent ook het ontstaan van talrijke en hoog ontwikkelde vormen van gewapende en ongewapende vechtsystemen. Ik beperk me tot het geven van een globaal overzicht.

In 1868 kwam er een eind aan het feodale stelsel in Japan. Veel oude zeden, gebruiken en instellingen werden afgeschaft. De Samoerai werd door de overheid verboden zwaarden te dragen. De toelagen aan de scholen die zich bezig hielden met krijgskunst werden geheel stopgezet. Veel leermeesters stopten met het doorgeven van hun leer, anderen zagen zich gedwongen trainingen te geven aan leerlingen die er geld voor wilden betalen. Was dit het begin van het einde, van de ware technieken? De commercie deed zijn feitelijke intrede.

Lang voordat het "Karate" werd geopenbaard in Japan, kenden de Japanners ook vechtsystemen. Ook deze ontwikkeling is sterk beïnvloed door het feit dat veel systemen en technieken werden geleerd van bezoekende Chinese handelslieden. Uiteraard werden ook technieken opgepikt door oorlogvoering van Japanse strijdkrachten b.v. in Korea enz.

Iai-jitsu, Bo-jitsu, Jo-jitsu, Ken-jitsu, Jiu-jitsu enz. waren, om maar eens een paar te noemen, de bekendste systemen die door de Japanners zelf zijn ontwikkeld.

Professor KANO Jiggoro werd als derde zoon op 28-10-1860 geboren in het dorp Mikage Kobe en is de vinder van het Judo (soepele, zachte weg). Hij was een ontwikkeld mens die aan de Keizerlijke-Universiteit te Tokyo een graad behaalde in Economische en Politieke Wetenschappen en zijn doctoraal in de Filosofie. Later werd hij benoemd tot Professor. Hij begon het Jiu-Jitsu te leren onder Yagi Teinosuke. Honderd jaar voor het begin van onze jaartelling waren de gebruikte wapens op Okinawa uiterst primitief. De latere ontwikkeling is vooamelijk toe te schrijven aan Chinese invloeden. Uit de 7e en 8e eeuw zijn er verslagen van onderlinge oorlogen en tonen aan dat er een duidelijk ontwikkeling was op het gebied van strategie en oorlogsvoering.

Okinawa vormde in die periode nog geen eenheid. De lokale krijgsheren bevochten elkaar op leven en dood om hun invloed uit te breiden. Om er zelf beter van te worden, werden schipbreukelingen en Japanse avonturiers die de beschikking hadden over betere wapens en modee strategieën, met open armen ontvangen. Zij kregen dan ook een eervolle plaats, naast die van de heerser op dat moment.

In de 10e eeuw werd het oosten van Japan geteisterd door de opkomst van de familie Taira. Een eeuw later kwam de familie Minamoto in het noorden aan de macht. Het was dus onvermijdelijk dat de twee kampen met elkaar in oorlog raakten. Een gebeurtenis die in heel Japan van grote invloed was. Van de overlevenden slaagde een groot aantal er in te ontsnappen naar de Ryu-Kyu eilanden. Hierdoor belandden er op deze eilanden grote wapenvoorraden. Niet alleen de wapens maar ook veel kennis kwam daar terecht. De wapens waren o.a. de Katana, Tachi, Yari, Bishento, Naginata en de Yumi en Ya. (Respectievelijk links gedragen zwaard met de "Ha" (scherp) naar boven, links losjes gedragen zwaard met het scherp naar beneden, speer, lange slagbijl, hellebaard en pijl en boog).

Tussen het vaste land van CHINA en JAPAN werden er eeuwen achtereen via de RYU-KYU EILANDEN handelsbetrekkingen onderhouden. Na 1349 werden er diplomatieke relaties aangeknoopt met China, Japan, Korea, Java, Sumatra, Arabië en Malakka.

SHUNTEN , was de naam van eerste koning van Okinawa. Hij legde sterk de nadruk op militaire zaken. Een logisch gevolg was dat naast de betrekkingen tevens de krijgskunst meer en meer zijn intrede deed. Waarschijnlijk was dit ook de periode dat op Okinawa kennis werd genomen van het "Ongewapende gevecht" zoals dit in "Siam" werd bedreven. In de ontwikkelingen die op Okinawa plaatsvonden, vormden zich een drie-tal richtingen, die uiteraard terug te voeren zijn op de verschillen tussen de leermeesters uit de regionen:

1. NAHA
2. SHURI
3. TOMARI

Na 1903 werden de Jitsu-systemen ondergebracht bij de verschillende Ryu, die zich ontwikkelden vanuit de scholen te Naha, Shuri en Tomari. Deze drie gebieden zijn slechts een paar kilometers van elkaar verwijderd.

1. NAHA

In Naha hadden de innerlijke systemen de meeste invloed. Deze waren overwegend verdedigend maar kenden wel gepakte handelingen, klemmen en worpen, iets wat in de originele systemen niet werd gebruikt (NahaTe).

2. SHURI

In Shuri hadden de extee systemen de meeste invloed, welke overwegend aanvallend genoemd kunnen worden (Shuri-Te).

3. TOMARI

In Tomari kende men een mengvorm van beide systemen (Tomari-Te).


De namen van Karate-systemen dragen vaak de naam van de vinder of het doel van het systeem, terwijl Jitsu-systemen vaak namen dragen van het wapen en of het gebied waar het systeem ontstond.

Hiea volgt een verkorte weergave van de leermeesters die de belangrijkste invloeden uitoefenden op de ontwikkeling van het hedendaagse Karate. Zoals we op een van de volgende pagina''s zullen lezen, is Funagoshi Gichin, waarover straks meer, vanaf 1916 dé man geweest die ervoor heeft zorg gedragen dat het Karate in Japan en later via Japan over de gehele wereld is verspreid.

Mede door persoonlijke interpretatie van de verschillende leermeesters is het Karate steeds aan veranderingen onderhevig geweest waardoor er in de loop der jaren verschillende stijlen zijn ontstaan.

Nadat Funagoshi Gichin het Karate had geopenbaard in Japan, volgde in 1930 Mabuni Kenwa die ook veel bekendheid wist te verwerven. Funagoshi en Mabuni begonnen hun karatestudie onder Itosu.

Funagoshi ging later ook nog studeren bij Azato en Mabuni bij Higaonna. Toen Funagoshi definitief vertrok uit Okinawa werd Miyagi Chojun de leider van het Karate-jitsu op Okinawa.

Ook Miyagi was een student geweest van Higaonna. Funagoshi Gichin heeft beroemde Karatemeesters voortgebracht, waaronder Oyama Masutatsu (1923-1994) die later het Kyokushinkarate oprichtte, waarover later meer.

Een andere zeer succesvolle karatemeester, Otsuka Hironori (1892-1982), richtte na zijn studie bij Funagoshi Gichin, het Wado-Karate op. Dat hij niet is opgenomen in het schema op bladzijde 18, wil niet zeggen dat hij of zijn systeem onbelangrijk zou zijn; integendeel! In het schema zijn alleen de ontwikkelingen opgenomen die van enige invloed zijn geweest op de ontwikkeling van het Kyokushinkai-Karate.

In de HAN-dynastie (25-220) introduceerde Hua T''o, een uit die tijd beroemde geneeskundige, het "Chi-Chung". Dit waren oefeningen ter verkrijging van ademhalingscontrole. De Chi-Chung oefeningen waren gebaseerd op de bewegingen van vijf dieren:

1. DE TIJGER 2. HET HERT 3. DE BEER 4. DE AAP 5. DE VOGEL

Er zijn nog een paar "boksscholen" in China die deze oefeningen gebruiken. Deze waren de voorlopers van ,Nie-Chia'', het intee systeem dat pas veel later werd samengevat tot de tegenwoordig bekende bokssystemen.

TAI-CHI
PA-KUA
HSING-I


Deze samenvatting kreeg gestalte in de Sui-Dynastie meer dan 350 jaar later. In het jaar 208 is Hua T''o door ouderdom een natuurlijke dood gestorven. Dit is bekend geworden na recente Chinese onderzoeksresultaten, omdat men zocht naar bewijzen dat vechtsystemen al bestonden lang vóór de komst van Bodhidharma naar China. Nog voordat de Chi Chung methodes overgingen in de Nie-Chia systemen vond er nog een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis plaats.

Als we over Chinees boksen spreken heeft men het altijd ook over worstelaars en wapen-experts, want als een boksmeester tevens geen wapenexpert was, dan zou hij in een gevecht op een bepaald wapen of ander systeem, de kans lopen om een ,slecht figuur'' te slaan. Daarbij is er nog een groot verschil tussen het ,boksen'' in het noorden en in het zuiden van China. Het gebied boven de rivier de Yangtse-Kiang fungeert hierin als natuurlijke grens.

Tegenwoordig worden alle boksvormen aangeduid met "Shaolin", m.u.v. de innerlijke systemen zoals Tai-chi, Hsing-i en Pa-kua. Dit is onnauwkeurig; Shaolin is slechts een vorm, maar wel de belangrijkste van de meer dan 400(!) ontstane boksvormen.

De extee vormenDeze zijn erg hard en leggen, naast de techniektraining, de nadruk op training van conditie, beenderen, spieren en ademhaling. Het biedt de mogelijkheid tot zowel de aanval als verdediging in een combinatie van hard en zacht. Het accent ligt meer op het lichamelijke dan het geestelijke en wordt derhalve gerangschikt onder de ,Uiterlijke vormen''. Bij deze vormen is het mogelijk in relatief korte tijd redelijke resultaten te behalen. Hierbij geldt wel dat men de verworven vaardigheden en gesteldheid moet"bijhouden" daar dit anders verloren zal gaan. Op oudere leeftijd zijn deze principes moeilijker na te komen.

De innerlijke vormen
Deze zijn ,zacht'' en eisen niet zo''n harde en inspannende training als de extreemste ,shaolin'', maar hebben wel bewezen effectief te zijn door de natuurlijke en ontspannen respons. Naast techniektraining ligt de nadruk hierbij ook op training van conditie, beenderen, spieren en ademhaling. Echter de wijze waarop wordt getraind, verschilt van de extee vormen mede door extra aandacht voor de innerlijke opbouw. Het tempert het offensieve door kalmte en heeft de bedoeling de tegenstander pas uit te schakelen als hij aanvalt. Resultaten laten veel langer op zich wachten, maar als men eenmaal tot resultaten is gekomen, zijn ze blijvend. Wij in onze westerse cultuur hebben geen tijd. Vandaag beginnen we en morgen willen we klaar zijn !

');




Emailadres:
Wachtwoord:
aanmelden

DigiSport.nl doorzoeken   



© 2007 by Cognito Concepts
Contact | Voorwaarden | Disclaimer |